Wij stellen ons aan u voor

Het Hemoglobinopathieën Laboratorium van het centrum voor Humane en Klinische Genetica van het LUMC is referentie laboratorium voor onderzoek, diagnostiek en preventie van de hemoglobinopathieën (HbP's)

Het Hemoglobinopathieën Laboratorium geniet internationaal erkenning op het gebied van analyse van a- en b- globine genen defecten op hematologisch, biochemisch en moleculair niveau in heterogene populaties waar vele verschillende HbP mutaties voorkomen.


Een beetje geschiedenis

Het Hemoglobinopathieën Laboratorium is ontstaan binnen de groep Biochemische Genetica die vele jaren onder leiding van professor L. F. Bernini heeft gestaan binnen het voormalig Instituut voor Anthropogenetica te Leiden. Tegenwoordig heet dit instituut, het Centrum voor Humane en Klinische Genetica, onder leiding van professor G-J. B. van Ommen en professor M. H. Breuning.

De groep Biochemische Genetica is vanaf de 60er jaren reeds actief geweest in onderzoek en diagnostiek van de hemoglobinopathieën. Oorspronkelijk zijn er studies verricht op het niveau van populatie-genetica, later op hematologisch, biochemisch en expressie niveau en tenslotte op moleculair gebied, zowel op eiwit als op DNA niveau. Onderzoek is tevens verricht naar de variabiliteit van mutatiespectra in de wereldpopulaties t.b.v. de ontwikkeling van preventiestrategieën o.a. in het Mediterrane gebied. Op dit moment wordt aandacht besteed aan dragerschapsdiagnostiek en preventie in ontwikkelingslanden en in geïndustrialiseerde gebieden van Europa met grote, risico dragende migrantenpopulaties.


Medewerkers:

Onze afdeling bestaat uit de vaste staf, Dr. P.C. Giordano Ph.D, klinisch biochemisch moleculair geneticus (hoofd) en Dr. C.L. Harteveld Ph.D, klinisch biochemisch moleculair geneticus (plaatsvervangend hoofd), en drie technici, Ing. P. van Delft, technicus, Ing. N. Akkermans, technicus, en Ing. S. Arkesteijn, technicus. Het secretariaat wordt gerund door Mw. M. van Dalen-Jager (Marianne), secretaresse, geassisteerd door Mw. W.C.C. van Grieken (Winny). Onze groep wordt aangevuld door stagiaires en gasten. Op het moment hebben wij een gast-PostDoc, C.H.M. van Moorsel, twee buitenlandse promovendi, Drs. M. Yavarian (Iran) en Drs. A. Zoraï (Tunisië), die hun onderzoek in ons laboratorium uitvoeren, en een aantal enthousiaste stagiaires van zowel gezondheidswetenschappen als van het HLO.


Fundamenteel Onderzoek:

  • Onderzoek is verricht naar de struktuur en evolutie van multi-gen families met haptoglobine, a- en b-globine genen clusters als model (Ph.D thesis "Evolution of multigene families: hemoglobins and haptoglobins", R. Fodde, 1990).
  • Coderende sequenties zijn in kaart gebracht in het gebied van chromosoom 16, die 5' liggen van het a-globine cluster (Ph.D thesis "The a-globin domain of man and mouse", M. F. Kielman, 1996).

Onderzoek op het gebied van technische ontwikkelingen t.b.v. diagnostiek en preventie:

  • Eind 80er begin 90er jaren is de Denaturing Gradient Gel Electrophoresis (DGGE) methode toegepast voor de detectie van punt mutaties die b-thalassemie veroorzaken. Hiermee zijn een aantal mutaties gekarakteriseerd die in de allo- en autochtone Nederlandse populatie voorkomen (Ph.D thesis "Structure and expression of the b-globin gene cluster" van M. Losekoot, 1990). Internationale cursussen zijn georganiseerd in 1992 (Leiden) and 1994 (Bangkok) om de "know-how" over deze methodologie t.b.v. de diagnostiek van de HbP's te verspreiden.
  • Midden 90er jaren is DGGE en Single Strand Conformation Analysis (SSCA) aan de detectie van puntmutaties die a-thalassemie in de multi-etnische Nederlandse populatie veroorzaken toegevoegd (Ph.D thesis "The molecular genetics of a-thalassemia" van C.L.Harteveld, 1998).
  • Uitgebreide kennis over het mutatiespectrum is essentieel bij preventie van de HbP's. Preconceptionele dragerschapsdiagnostiek is het tweede essentiele element om preventie aan risicoparen in de Nederlandse populatie te kunnen aanbieden (Ph.D thesis "Hemoglobinopathieën in Nederland, diagnostiek, epidemiologie en preventie" van P.C.Giordano, 1998).

Het huidige preventie-georiënteerde onderzoek:

Toegepast onderzoek en diagnostiek voor de preventie van HbP major in de allochtone Nederlandse populatie
Probleemstelling: Ook al zijn de infrastructuren en de technische know-how in Nederland voorhanden toch worden deze slechts sporadisch voor de preventie van HbP major benut. In Nederland wonen minstens 140.000 HbP dragers waarvan er 100.000 van recente allochtone herkomst zijn. De overgrote meerderheid van deze personen is niet gediagnosticeerd of geïnformeerd over het genetische risico.
Doordat in deze populaties vaak een partner wordt gekozen binnen de eigen etnische groep, blijft het risico voor ernstige vormen van HbP in de kinderen, vrijwel hetzelfde als in de landen van herkomst. Daarbij is het aantal kinderen dat per etnische gezin wordt geboren meestal hoger dan het landelijke gemiddelde, hetgeen ook tot een toename zal leiden in de geboortes van kinderen met HbP's major in Nederland.
Preventie van de HbP's is gebaseerd op het verstrekken van informatie aan potentiële dragers en op dragerschapsdiagnostiek waarbij een doelmatig laboratorium protocol, kennis over de mutaties die in Nederland voorkomen en beschikbaarheid van detectie methoden essentieel zijn.


Wat is er reeds op preventie gebied gebeurd:
  • Doelmatige strategieën voor snelle en eenvoudige hematologische en moleculaire analyse zijn ontwikkeld en ter beschikking gesteld (Giordano,1994; Losekoot et al. 1990).
  • Het moleculaire spectrum van de mutaties in de Nederlandse populatie is vastgesteld (Giordano et al. 1999).
Het moleculaire spectrum is via systematische analyse van een patiëntenpopulatie die naar ons laboratorium was verwezen voor HbP diagnostiek bepaald. Op meer dan 3.000 individuen is specifieke hematologische analyse verricht. Circa 1.000 patiënten hiervan zijn benaderd en verzocht om aan een moleculaire screening te willen meedoen. In totaal zijn 253 onafhankelijke patiënten met uiteenlopende genotypen gekarakteriseerd resulterend in 308 onafhankelijke chromosomen met HbP mutanten. Hiervan zijn 275 onafhankelijk b-thalassemie chromosomen gekarakteriseerd. Vervolgonderzoek heeft tot op heden 53 verschillende b-thalassemie mutanten in Nederland aangetoond.


Wat moet er nog gebeuren:
  • De implementatie van een procedure gebaseerd op informatie preconceptionele dragerschapsdiagnostiek en partner/familie analyse.
Dit punt heeft nog veel aandacht nodig. Terwijl aangedane patiënten niet aan de aandacht van de arts ontsnappen, blijven de dragers zonder klinische symptomen ongediagnosticeerd en ongeïnformeerd. Er is in Nederland meer aandacht voor informatie en dragerschapsdiagnostiek nodig. Hierbij is de rol van informerende organisaties, huisartsen en centrale laboratoria fundamenteel (Giordano & Harteveld 1998, Giordano 1999).


Lopende onderzoeks activiteiten:
  • De ontwikkeling en toetsing van DNA-microarray technologie voor detectie van puntmutaties die b-thalassemie veroorzaken.
  • Detectie van foetale cellen in maternale circulatie om toepassing bij prenatale diagnostiek mogelijk te maken.
  • Ontwikkeling van strategieën voor diagnose en preventie in gebieden waar een hoge incidentie van HbP bestaat.
  • Bepaling van het moleculaire spectrum van b- en a- thalassemie in ontwikkelingslanden.
  • Verhoging van expressie van foetale hemoglobine (HbF) als therapeutische methode bij HbP's. Therapeutische variabiliteit bepaling bij toediening van hydroxy urea (HU) als HbF enhancer in een in vivo screening en in een in vitro model.
  • In vitro testing van sikkeling en ontsikkeling van HbS bevattende erytrocyten.


Doelen:
  • De toepassing van een preventie protocol geschikt voor de Nederlandse situatie.
  • Ontwikkeling van mutatie detectie methoden en non invasieve prenatale diagnose.
  • Expressie studies van de a- en b-globine genen clusters.
  • Therapeutische toepassingen bij b-thalassemie major en sikkelcel anemie.